Kennis Centrum Kennis Centrum
colofon colofon bestuur contact sitemap 

  virtuele reis    exposities    collecties    tijdelijke exposities    toppers    onderwijs    funcorner    winkel    links  


Wie kent ze nog? Die ‘flexiplaatjes’, buigzame, slappe grammofoonplaatjes met reclameliedjes? Reclamemakers gebruikten ze volop in de jaren ’50 tot ’80 als spotgoedkoop weggevertje. Tal van bekende artiesten werkten mee aan deze reclame op 45 toeren: Drs P., Conny Stuart, het Cocktail Trio, Corry Brokken, André van Duin, Patricia Paay, Jules de Corte, Kees van Kooten, Wim de Bie – de rij is eindeloos.

Op 22 september 2009 verscheen bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar in samenwerking met het ReclameArsenaal De muzikale verleiding, een boek van 156 pagina’s over dit fascinerende fenomeen. Reden voor een speciale expositie en een publieksverkiezing van het beste liedje uit de Top-40, samengesteld door Dolf Hell en Frits Jonker, de auteurs van het boek. 

Meer willen horen ? Ga naar de database van het ReclameArsenaal. De 100 leukste liedjes staan er in.

Naar alle 100 liedjes

Benieuwd naar de uitslag van de verkiezing van de Top-40 van de beste Nederlandse reclameliedjes? Bekijk deze hier!


terug naar tijdelijke exposities:


Persil

Het begin van de reclamegrammofoonplaat ontstond niet zo lang nadat Edison en anderen vanaf de jaren 1870 de grammofoon hadden ontwikkeld. De eerste Nederlandse reclamegrammofoonplaat was er al in 1900, een plaat met louter reclame voor …grammofoonplaten. Sindsdien is er op 78-toeren schellak veel mooi en curieus reclamemateriaal uitgebracht. In 1932 bijvoorbeeld liet Persil onder de titel ‘Wat een meisje weten moet’ een kartonnen picture disc maken waarop de destijds zeer populaire Louis Davids de lof zingt van het wasmiddel.



Solex-lied

Ook na de Tweede Wereldoorlog blijft de reclameplaat in zwang. Handelsmaatschappij R.S Stokvis & Zonen uit Rotterdam bijvoorbeeld, maakt er in 1950 gebruik van ter promotie van de nog maar net uitgevonden Solex bromfiets. Stokvis is importeur van het Franse ‘knuffelmachientje’ zoals auteur Dolf Hell het vervoermiddel typeert. Max van Praag (1913-1991) zingt op tekst en muziek van Jaap Valkhoff het Solex-lied (‘Hij keek zijn ogen uit / Wat een weelde / Wat een pracht / ’t Hele huisgezin zong luid: / Op een Solex, op een Solex / Zit je als een miljonair’).



Nescafé Coffeeboatsong

In 1957 bekroont het reclamefilmfestival van Cannes de reclamefilm Nescafé Coffeeboatsong (waarschijnlijk gemaakt door Nederlander Joop Geesink - oprichter van filmstudio Dollywood en ook bekend als schepper van Loeki de Leeuw). In de film zingt Max Woiski (1911-1986) het gelijknamige lied en o.a begeleidt door een flageolet die hij zelf bespeelt. Woiski runt dan al enkele jaren in Amsterdam een eigen club - La Cubana - en geniet faam met zijn calypsomuziek en heeft hits als ‘Paramaribo’ en ‘B.B.R (Bruine Bonen met Rijst)’. Zijn Coffeeboatsong lift mee op het weergaloze succes van Harry Belafonte’s versie van ‘Day O’ (The Banana Boat Song).



Lelijk Eendje

In 1948 stelde Citroën een opmerkelijk autootje voor aan pers en publiek: de 2CV oftewel de DeuxCheveaux, in Nederland ook wel ‘Lelijk Eendje’ of kortweg ‘Eend’ genoemd. Die benaming is te danken aan het gelijknamig reclamelied dat Annie M.G Schmidt eind 1959 voor Citroën Nederland schreef en een paar maanden later door Ronnie Potsdammer en Heleen van Meurs op de plaat werd gezet.

Hans Ferrée, éminence gris van de Nederlandse copywriterswereld, vertelde in 2006 aan het reclamevakblad Adformatie over de overweging om de 2CV als ‘Lelijk Eendje’ te promoten: ‘Als je durft toe te geven dat de 2CV langzaam en lelijk is dan heb je een geloofwaardig uitgangspunt om de positieve kanten te benoemen.’ De melodie van het lied is van Charles Trenet, maar de tekst is puur Nederlands: ‘We gaan met het deuxcheveautje naar de zee.’ Nederlandse joie de vivre – hét reclamethema van de 2CV. 

De close up van het eendje is van grafisch ontwerper Karel Suyling. Die herinnert zich nog dat hij daarvoor met fotograaf Kees Pot naar een kooiker is geweest.



Ay, ay, ay die Caballero

In de jaren zestig werden in voetbalstadions voor en na de wedstrijd, en vooral in de rust, reclameliedjes gespeeld. En meegezongen! Eén van de beroemdste voetbalstadionschlagers is waarschijnlijk het nummer ‘Ay, ay, ay, die Caballero’ gezongen door het Leedy Trio op tekst van Paul Roda. Het lied voor het sigarettenmerk Caballero is een bewerking van de Spaanse hit ‘Sucu Sucu’ van Tarateńo Rojas. Merknaam en de karakteristieke verpakking zijn in 1947 bedacht door C. Jacobs, directeur van Haagse sigarettenfabriek Laurens, het bedrijf dat de Caballero-sigaret produceert tot de bedrijfssluiting in 1995. 



Fijn Faam Fantastisch

‘Wie een mens wat lekkers gunt / Geeft een Faam rol pepermunt, Fijn Faam Fantastisch’ zingt Herman ’t Hart in 1961 op een vlotte melodie van componist Tonny Eyk die hem ook met zijn combo begeleidt. ’t Hart was een populair zanger, musicus en conferencier die vaak voor de radio optrad. Tot halverwege de jaren zestig. Toen zette hij zijn carričre voort in Duitsland en in Zwitserland. Hij had “genoeg van het vele reizen in het schnabbelcircuit, het lange wachten in de coulissen en vooral de vergroving in de teksten, die halverwege de jaren zestig in zwang kwam. Hij had altijd voor ‘beschaafd entertainment’ gestaan’’ zoals NRC-columnist Frits Abrahams in 2007 uit zijn mond optekende. 

Van ’t Hart zijn geen gewone platen bekend. Zijn stem lijkt alleen bewaard op dit hoesloze reclameplaatje, waarschijnlijk alleen bestemd voor radiostations, voetbalstadions en bioscopen.



Bel-O-fast

In 1961 reserveert shirtfabrikant Kerko op de Herenmodebeurs in de Amsterdamse RAI een driedubbele stand. Het bedrijf gaat er het opzienbarende verhaal van de Bel-O-fast-shirts aan de tussenhandel presenteren. De shirts zijn gemaakt uit rollen no iron-katoen afkomstig van de Amerikaanse Deering Milliken Research Corporation. Shirts van ‘zelfstrijkend katoen’ zoals Kerko trots adverteert, dat is in 1961 inderdaad opzienbarend. De introductie gaat vergezeld van een door Benny Vreden geproduceerd reclameplaatje waarop de dealers ‘de sensatie van het jaar’ wordt beloofd. De copywriters van reclamebureau Smit hebben hun best gedaan. Ze maken van het wonderhemd een idool: ‘Elke vrouw ziet bewonderend naar hem op / Hij geeft geen krimp, al ligt hij dagen in ‘t water / Hij komt fit tevoorschijn – zonder kreuk of kater.’



Kodak

Of ze bij Kodak tevreden waren met de sketches die Kees van Kooten en Wim de Bie als de Klisjeemannetjes in 1971 aan hun nieuwe product Kodak Instamatic wijden, is niet bekend. Maar het is een kleinood dat niemand zou willen missen. Op de A-kant van het plaatje staan radiospots die onderdeel uitmaken van de campagne die Kodak voert ter introductie van de Instamatic-camera. Van Kooten interviewt hierin De Bie als meneer Weegbree, de onhandigste man ter wereld. De zes sketches van dertig seconden zijn onweerstaanbaar grappig. Op de B-kant zijn de rollen omgedraaid en interviewt De Bie Van Kooten in de rol van fotograaf Daan Hooikaas. Dat interview is speciaal voor deze single gemaakt en waarschijnlijk nooit uitgezonden.



Varen met de Tor Line

Stijl en intonatie zijn onmiskenbaar Cornelis Vreeswijk (1937-1987), de in IJmuiden geboren, maar in Zweden opgegroeide maatschappijkritische troubadour die omstreeks 1978 op de melodie van Wreck of the John B de Tor Line bezingt. Deze  scheepsvaartmaatschappij onderhoudt in die tijd veerdiensten tussen Nederland en Skandinavië. De Zweeds-Nederlandse achtergrond van zanger Vreeswijk komt de Tor Line goed van pas. Ook het zeeblauw van de eenzijdig bespeelbare flexi is niet toevallig. Producent Ren Groot stuurde zijn klanten altijd eerst een kleurenstaal toe. ‘Als ze een geel product hadden, konden ze een geel plaatje kiezen.’ De Tor Line koos voor zeeblauw...



Reclame Arsenaal