De Nederlandse reclamevakpers ontstond kort voor de Eerste Wereldoorlog met de verschijning in 1911 van De Ark, maar kwam pas in de jaren 1920 echt tot bloei. Begin jaren dertig verschenen er zelfs drie reclamevakbladen tegelijkertijd: De Reclame, Meer Baet, en het Officieel Orgaan van het Genootschap voor Reclame.
De meeste, maar niet alle titels zijn compleet bewaard gebleven. De afleveringen van Het Advertentiebureau beginnen in februari 1924 met de 8e jrg. en eindigen in augustus 1932 in de 16e jrg. Niet bekend is wanneeer de uitgave is gestaakt. Van Meer Baet ontbreekt de 3e jrg., terwijl VRI-Vorm met 63 nrs tot 1957 gaat, terwijl bekend is dat er uiteindelijk 141 nrs. van zijn verschen. Van De Gong zijn drie uitgaven bewaard gebleven, terwijl ook van De 4 Musketiers en Mededeelingen MW slechts enkele nrs. zijn overgeleverd.
Jaargangen beginnen niet altijd in januari, maar soms in december. De verschijningsfrequentie is in de meeste gevallen maandelijks, maar wijzigt een enkele keer (soms binnen een lopende jaargang) naar een tweewekelijks of wekelijkse uitgave. Een bijzondere situatie doet zich in dit opzicht voor bij het blad De Bedrijfsreklame. Dit blad verscheen in de periode 1916-1921 in 9 series. De series lopen niet (altijd) gelijk op met een kalenderjaar. De laatste, 9e serie verscheen begin 1921, een half jaar (!) ná het uitbrengen van serie 8 (van maart t/m augustus 1920).
Vooral De Reclame en Revue der Reclame tellen veel bijlagen, meestal brochures meegebonden in de afleveringen. Deze bijlagen, tezamen ca.500 stuks, zijn apart gedigitaliseerd en bij de presentatie na een zoekactie afzonderlijk met een vignet gemarkeerd.
Van sommige uitgaven zijn uitgebreide geïndexeerde jaaroverzichten van de inhoud bewaard gebleven. Dat geldt voor het blad Revue der Reclame uit de periode 1955 t/m 1966 en voor de afleveringen van Ariadne uit 1947 en 1955. Deze jaaropgaven van de inhoud zijn in de annotatie afzonderlijk als bijlage gemarkeerd.
De meeste titels maken deel uit van de bibliotheekcollectie van het ReclameArsenaal die bewaard wordt in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) te Amsterdam. De bibliotheekgevens ervan kunnen worden opgezocht in de bibliotheekdatabase op deze website of op de website van het IISG.
Voor het weekblad Revue der Reclame Expres is gebruik gemaakt van de collectie van de Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam omdat die verzameling compleet kon worden gemaakt. Een paar titels resp. items zijn afkomstig uit een particuliere verzameling: De Ark Tijdschrift voor reclamekunst, Mededeelingen van MW, De 4 Musketiers, jaargangen van het Officieel Orgaan van het Genootschap voor Reclame en enkele uitgaven van De Bedrijfsreklame.
Het Advertentiebureau was vanaf 1916 het officieel orgaan van de in 1912 opgerichte Vereeniging Erkende Advertentie-Bureaux, destijds statutair gevestigd in Rotterdam, tegenwoordig vanuit Amsterdam actief onder de naam VEA, Vereniging van Communicatie-Adviesbureaus.
Ariadne verscheen door de jaren heen met verschillende ondertitels en had diverse uitgevers. In 1975 ging het blad samen met Revue der Reclame. Ariadne was eerst een maandblad, kreeg vanaf oktober 1961 een tweewekelijkse ferquentie, werd in 1968 een weekblad om tenslotte in 1983 weer als maandblad te eindigen.
Door de wisselingen van uitgevers ging er in 1981 iets fout met vermelding van de juiste jaargang: in 1982 wordt vermeld dat dit de 36e jaargang is, terwijl het gerekend van de oprichting in feite om de 37e jaargang ging. Hierdoor komt in de annotatie twee maal jaargang 36 voor.
Behalve het blad zelf zijn uit de periode 1978-1983 ook de zogenaamde bureaubijlagen van het blad opgenomen. In deze bijlagen staan per deelnemend reclamebureau cijfermatige overzichten van omzetten, prognoses, aantal medewerkers e.d.
Het oudste bewaard gebleven reclamevakblad De Ark was een initiatief van de reclametekenaar en grafisch ontwerper André Vlaanderen (1881-1955). Een lang leven was het blad niet beschoren; al na vier nummers hield het blad op te bestaan.
In juli 1916 - midden in de Eerste Wereldoorlog - verschijnt het eerste nummer van De Bedrijfsreklame onder auspiciën van de pas opgerichte Vereeniging tot Bevordering van de Bedrijfsreklame. Stuwende kracht achter de uitgave is de Haagse drukker Levisson die later, in 1922, als De Bedrijfsreklame ter ziele is, ook de opvolger het blad De Reclame gaat uitgeven. Van De Bedrijfsreklame verschijnt ongeveer elk half jaar een serie; de laatste, 9e serie in het voorjaar van 1921.
Van De Gong, officieel Orgaan van het Ned.Ind. Genootschap v. Reclame, zijn slechts drie nummers, waaronder het eerste nr. van februari 193, bewaard gebleven. Ze verschaffen een hoogst zeldzame blik op de reclamewereld van het toenmalig Nederlands Indië.
Kontekst is een voorzetting van de Revue der Reclame. Dat blad is in 1975 samengegaan met concurrent Ariadne. De ondertitel van het nieuwe periodiek vakblad van kommunikatiedeskundigen is illustratief voor de veranderingen die zich in de reclamebranche en samenleving in het begin van de jaren 1970 voltrekken. Reclame is "kommunikatie" geworden, in een nieuwerwetse spelling die het niet gehaald heeft.
De Rotterdamse reclameontwerper Machiel Wilmink was de eerste redacteur van het vakblad De Reclame en jarenlang zowel zeer actief in het Genootschap voor Reclame als in de VRI. In 1928 kwam ook hij met een eigen huisorgaan waarvan hier twee nummers worden overgeleverd.
Het gerenomeerde Amsterdamse reclamebureau De La Mar besluit in 1928 tot de uitgave van een eigen vakblad, Meer Baet, 'een blad voor directeuren en industriëlen, én voor verkoop- en reclamechefs'. Nieuw was dat het blad een register voor slagzinnen begon waar men zijn laatste reclameslogans kon registreren, een instituut dat ook in 2009 nog bestaat. Van dit hoogst zeldzame tijdschrift ontbreekt de 3e jaargang (1931).
De La Mar was niet het enige reclamebureau dat een eigen blad uitbracht. Ook de bureau's N.V v.h Van Staal & Co Rotterdam- Amsterdam en Selhorst Studio (Rotterdam) kwamen in juli 1935 gezamenlijk met een eigen huisorgaan, De 4 Musketiers, een blad waarvan zes nummers overgeleverd zijn.
Vanaf januari 1928 was het blad De Reclame ook het orgaan van het in 1927 opgerichte Genootschap voor Reclame. In 1931 veranderde dat. Het Genootschap was het niet eens met de koers en de exploitatie zoals gevoerd door uitgever drukkerij Levisson en besloot uiteindelijk het contract met hem op te zeggen en over te gaan tot de uitgave van een geheel eigen orgaan. Het eerst exemplaar van het nieuwe blad verscheen in januari 1932. Vijf jaar later, in 1937 werd besloten tot een fusie met De Reclame en Meer Baet en werd een nieuwe blad, Revue der Reclame, geboren.
In januari 1922 verscheen onder leiding van B.Knol en Machiel Wilmink het eerste nummer van De Reclame, opvolger van het ter ziele gegane blad De Bedrijfsreklame. Een klein jaar volgde, mede op initiatief van Knol en Wilmink, de oprichting van de Vereeniging van de Reclame. Naast Knol en Wilmink was uitgever/drukker Levisson de drijvende kracht achter het blad.
In 1937 begonnen de uitgevers van de op dat moment verschijnende drie (!) reclameperiodieken (De Reclame, Meer Baet en Officieel Orgaan van het Genootschap voor Reclame) besprekingen om te komen tot één gemeenschappelijke uitgave. Met succes. Want in januari verscheen het nieuwe blad Revue der Reclame nog wel met de vermelding dat de andere bladen daarin waren opgenomen, maar die mededeling verdween in 1958. Twee jaar eerder (juli 1956) is het blad ook niet langer officieel orgaan van het Genootschap.
In 1962 werd Revue der Reclame van maandblad een tweewekelijkse uitgave. Een jaar later kwam de uitgever, N.V Reclame Technische Uitgeverij, met een extra weekuitgave, een bijblad onder de naam Revue der Reclame Expres, gaandeweg Expres genoemd. "De enorme versnelling van het tempo in de Nederlandse reclamewereld maakt deze uitgave noodzakelijk", zo lichtte de redactie bij het eerste nummer de uitgave toe. "Een jaar werken met de veranderde Revue der Reclame heeft ons geleerd, dat de hogere frequentie [van de uitgave van Revue der Redclame] nog niet voldoende was om de nieuwskant van dit blad zo effectief mogelijk te doen zijn. Daarom krijgt u nu met deze weekeditie het nieuws uit de reclamewereld op het scherp der actualiteit onder ogen".
In oktober 1949 begon de een jaar eerder opgerichte Vereniging Reclameontwerpers en Illustrators (VRI) met de uitgave van het verenigingsblad VRI-Vorm, een dubbelzijdig gestencild blaadje van minimaal 4 en soms 12 pagina's. Gemiddeld genomen verscheen het elke maand. De in het ReclameArsenaal aanwezige uitgaven beslaan de periode tot en met december 1956. De reeks van 63 nrs. is nagenoeg compleet; alleen de nrs 4, 30 en 42 ontbreken.
De VRI bestond tot 1969. Toen fuseerde men met de bij de Vereniging van Beoefenaars der Gebonden Kunsten GKf (Gebonden Kunsten federatie) aangesloten grafisch ontwerpers en werd de GVN - Grafisch Vormgevers Nederland - opgericht.
Volgens de notulen van de opheffingsvergadering van de VRI (19 december 1969) verscheen het allerlaatste, 141e nr. van VRI-Vorm in november 1968.
De stichting het ReclameArsenaal heeft aan de rechtsopvolgers van de uitgevers van de diverse periodieken te weten het Genootschap voor Reclame (Amsterdam) en Uitgeversgroep Adformatie Groep (Kluwer) toestemming verkregen voor publikatie van de inhoud van de tijdschriften op haar website.
Gebruik van de teksten en afbeeldingen is uitsluitend toegestaan ten behoeve van eigen oefening, studie of gebruik zonder commercieel oogmerk of ter toelichting bij het onderwijs, in alle gevallen m,et in achtneming van de wettelijke voorwaarden. Bij gebruik van afbeeldingen en teksten moet in alle gevallen de bron worden vermeld.
Initiatiefnemer: stichting Het ReclameArsenaal
Projectleiding en redactie: Pim Reinders, coördinator ReclameArsenaal
Technische realisatie: Redbike Multimedia, Den Haag m.m.v Laurent Zuijdwijk
Digitalisering: Pictura Imaginis bv, Heiloo
Financiële ondersteuning: Bureau Metamorfoze (Koninklijke Bibliotheek) en Graphic Design Museum (Breda).