‘De sprekers zijn er voor de fiscus’

Het GVR toont zich al dadelijk reislustig. Het is nog maar net opgericht als in de zomer van 1927 de leden worden opgeroepen om de reclametentoonstelling -en het congres in het Londense Olympia-gebouw te bezoeken. Ook voor de echtgenotes wordt gezorgd. Die krijgen een lunch in het prachtige buitenverblijf van lady Violet Astor. Een retour per trein en boot kost Fl 44,90, congersdeelname vergt Fl 13. Het maandbericht ronkt: ‘Goede zakenmenschen talmen niet als er wat te leeren is. Nederlanders zijn goede zakenmenschen.En de leden van het Genootschap voor de reclame zeker (…) Als het een beetje wil moet de ‘Zeeland’ een aparte boot inleggen. Waartoe ze bereid is!’.

Het voor het evenement vervaardigde engelstalige julinummer van De Reclame heeft als thema ‘How to do business in Holland’.Speciale aandacht geeft de redactie aan Nederlandse dagbladreclame, typografie, reclame voor tandpasta en parfum en – Hollandser kan het niet – de Eet Brood-campagne. Als vlak na de oorlog het GVR alweer een niet te versmaden reisje voorbereidt naar Parijs haalt het reclamevakblad Ariadne uit. Het genootschap kan volgens het blad beter het in de laatste oorlogsjaren in het slop geraakte reclame-onderwijs voorrang geven in plaats van zich op te stellen als ‘reisb

ureau’.

Dat er een balans moet zijn tussen leuk en leerzaam wordt de Nederlander met de paplepel ingegoten. In 1973 is het helemaal niet meer zo leuk in de reclame. De energiecrisis komt eraan en de Nederlandse Reclame Stichting weet in de kortstondige periode van haar bestaan op een congres de reclamewereld nog dieper de put in te praten met de uitkomsten van een voor de branche vernietigend onderzoeksrapport.

Het GVR, dat lekker de zes ton waarop de NRS zit te azen, in eigen zak heeft weten te houden, heeft de enige goede reactie. Het organiseert binnen twee maanden een Sinjorenkonventie in Antwerpen en in zwaar weer een spectaculaire bootreis naar Zweden.

Aan boord van de Tor-veerboot worden voor een deels zeeziek publiek lezingen gehouden en in Göteborg wordt de Zweedse ombudsman voor het reclamewezen met een bezoek vereerd. Voorzitter Bert de Vries komt er echter rond voor uit: ‘De sprekers zijn er eigenlijk om de zaak fiscaal aftrekbaar te maken.’ Op de terugtocht gaan alle remmen los. Voor eens en ook de laatste keer zet Hans Bouten, die dit jaar net zo oud wordt als het GVR, zich aan de speeltafel. Hij zet 10 kronen in en weet zich enkele uren later in het gelukkige bezit van het zesvoudige bedrag. Inmiddels heeft zigeunerkoning Koka Petalo zich in het speelgewoel gemengd. Als na enige tijd zijn geluksnummer 29 uitkomt, laat hij het bier voor zijn lijfwacht en de medegasten rijkelijk vloeien. Tegenrondjes volgen. Als om een uur of vier ‘s nachts de barkeeper het welletjes vindt en het horizontale schuifluik langs de hele lengte van de bar probeert te sluiten, stoot hij op GVR’s publiciteitsadviseur Murk de Jong, die als contragewicht aan de klantzijde hangt. Als het gezelschap ten slotte veilig terug is op de Amsterdamse kade, doorzoekt de douane de caravans van de Petalo’s op juwelen. Voor onze aquavit en de Noorse zalm is minder belangstelling. Medereiziger Paul Mertz weet voor het Hollands Dagboek van NRC Handelsblad toch nog een net verslag te maken. De Zweden-gangers kunnen de kritische buitenwereld met opgeheven hoofd tegemoet treden.